Kennisgeving verplichting voor bedrijven

De verplichtingen tot kennisgeving waaraan een bedrijf, op basis van het Verdrag en het Samenwerkingsakkoord, moet voldoen verschillen naargelang van de aard van de stoffen die het bedrijf produceert, verwerkt, verbruikt of in- of uitvoert en de daaruitvolgende classificatie die door het Verdrag aan deze stoffen werd gegeven.

Deze classificatie is gebaseerd op enerzijds het potentiële risico dat de stof wordt gebruikt voor door het Verdrag verboden activiteiten – afhankelijk van het aantal stappen die nodig zijn om op basis van de stof een chemisch wapen te produceren – en anderzijds de bruikbaarheid van de stof voor door het Verdrag niet verboden activiteiten.

Lijst 1-stoffen

De productie, verwerving, bezit, overdracht en gebruik van de stoffen die op Lijst 1 van de Bijlage inzake stoffen voorkomen zijn omwille van het substantiële risico grotendeels verboden. Inrichtingen die onder de beperkte uitzonderingen vallen en tot productie, opslag, bezit of gebruik gemachtigd werden, moeten jaarlijks rapporteren over de productie, het gebruik, het verbruik, de verkrijging en de overdracht van dergelijke stoffen. Daarnaast moeten ze 45 dagen voor elke eigenlijke export of import melden dat er een export of import zal plaatsvinden.

Lijst 2- en Lijst 3-stoffen

Wat betreft stoffen die door het Verdrag worden ingedeeld in Lijst 2 of 3 van de Bijlage inzake stoffen moet je jaarlijks eveneens rapporteren over enerzijds de productie, de bewerking, verwerking of verbruik van dergelijke stoffen. Daarenboven moet ook de effectieve in- en uitvoer van deze stoffen gemeld worden Deze verplichting hangt samen met de vergunningsplicht onder de EG-Verordening 2009/428 voor de uitvoer van deze stoffen naar landen buiten de EU en wat betreft stoffen op Lijst 2A*, ook voor de overbrenging naar andere EU-lidstaten. Bovendien beperkt het Verdrag de mogelijkheid tot in- en uitvoer van deze stoffen, uitgezonderd mengsels met een lage concentratie, tot staten die partij zijn bij het Verdrag, en dus met uitsluiting van onder andere de volgende landen: Angola, Egypte, Israël, Myanmar, Noord-Korea, Somalië en Syrië.

Inrichtingen met onderscheiden organische stoffen

Indien een bedrijf met onderscheiden organische stoffen – waaronder PSF-stoffen – handelt die niet voorkomen in Lijst 1, 2 of 3 van de Bijlage, wordt voornamelijk de productiecapaciteit van de inrichting gecontroleerd en moet er over deze stoffen enkel de jaarlijkse reikwijdte van de productie gedeclareerd worden. Deze verplichting geldt bovendien niet als het bedrijf enkel explosieve stoffen, koolwaterstoffen, oligomeren, polymeren of stoffen die uitsluitend bestaan uit koolstof en een metaal produceert.