Transparantie in de toeleveringsketen via innovatieve technologieën

Consumenten en investeerders vinden het belangrijk dat bedrijven zorg dragen voor het milieu en mensenrechten respecteren. Maar hoe kom je als bedrijf te weten of je leveranciers correct zijn en alle grondstoffen op een verantwoordelijke manier zijn verworven? Er is nood aan meer transparantie.

Vlaams minister-president Geert Bourgeois organiseerde samen met Hans Maertens, voorzitter van de SERV, een conferentie over de rol die nieuwe technologieën zoals blockchain en artificiële intelligentie kunnen spelen in de verbetering van transparantie binnen de toeleveringsketen. In het publiek zaten zowel bedrijfsleiders en beleidsmakers als  mensen uit het middenveld.

Protect, Respect & Remedy

“De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens bestaat intussen 70 jaar, maar er zijn nog altijd mensen die moeten werken in onaanvaardbare omstandigheden. Vijf jaar geleden werd dat nog maar eens pijnlijk duidelijk, bij de instorting van de Rana Plaza-fabriek in Bangladesh.” Met die woorden opende minister-president Geert Bourgeois de conferentie. Hij verwees naar de 3 befaamde pijlers van prof. John Ruggie: Protect, Respect en Remedy. “Het is de plicht van overheden om mensenrechten te beschermen, het is de verantwoordelijkheid van bedrijven om mensenrechten te respecteren, en slachtoffers van schendingen moeten toegang hebben tot rechtsmiddelen.”

Nationaal Actieplan Ondernemingen en Mensenrechten

Vlaanderen neemt zijn verantwoordelijkheid. Vorig jaar werd het Nationaal Actieplan Ondernemingen en Mensenrechten gelanceerd. Het plan telt 33 acties die alle stakeholders aansporen om de aandacht voor mensenrechten te verhogen. De Vlaamse acties hebben intussen al geleid tot trainingen voor bedrijfsleiders van CIFAL Flanders, een publicatie van Flanders Investment and Trade rond duurzaam internationaal ondernemen en proefprojecten rond eerlijke natuursteen en textiel bij overheidsopdrachten.

Risicoanalyse voor Vlaanderen

Daarnaast heeft de Vlaamse overheid ook een opdracht gegund aan Ernst & Young om de risico’s inzake internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen van de belangrijkste economische sectoren van Vlaanderen in kaart te brengen. “De resultaten zullen bijdragen aan een toenemende dialoog en structurele acties,” hoopt de minister-president. Céline De Waele van Ernst & Young lichtte de lopende studie toe. “Waar zitten de risico’s per sector? En wat kunnen we doen om zowel de mensenrechten als het milieu in de internationale bedrijfsketen van onze bedrijven beter te beschermen? We komen begin volgend jaar naar buiten met aanbevelingen voor 13 sectoren, gebaseerd op interviews met stakeholders en experts en een analyse van de aanpak in onze buurlanden.”

Duurzame toeleveringsketens: een blinde vlek?

Dr. Huib Huyse van HIVA-KU Leuven stelde de resultaten voor van een recente studie over nieuwe beleidsinitiatieven in de buurlanden op het vlak van duurzame internationale ketens.

Frankrijk, Duitsland en Nederland lanceren vrijwillige en bindende maatregelen gericht op internationale bedrijven vanuit de vaststelling dat problemen met toeleveringsketens zich niet enkel voordoen in gekende risicosectoren zoals bijvoorbeeld in de Congolese kobaltmijnen en bij de onderbetaalde textielarbeiders in Azië, maar ook daarbuiten.

“Bedrijven vallen vaak uit de lucht als ze geconfronteerd worden met schendingen in hun toeleveringsketen. Ze hebben contracten afgesloten met onderaannemers die zich niet aan de regels houden. Internationaal groeit de consensus dat bedrijven medeverantwoordelijk zijn voor wat er in hun toeleveringsketens gebeurt. Transparantie-initiatieven kunnen een belangrijke rol spelen om de ketenzorg te verbeteren, verder ondersteund door de nodige technologie,” aldus dr. Huyse.

Maar hij waarschuwt meteen ook voor de valkuilen van een beperkte invulling van transparantie. “Het mag niet het ultieme doel worden of enkel de belangen dienen van machtige ketenactoren. We moeten ook waakzaam zijn voor de toegankelijkheid van de data, en vermijden dat bedrijven massaal wegtrekken uit probleemgebieden. Een transformatieve transparantieaanpak, tot slot, brengt zowel ecologische aspecten als milieuaspecten in kaart zodat alle risico’s kunnen opgevolgd worden.”

Nood aan bindende maatregelen en targets

Er is nood aan ondersteuning om de complexe problemen aan te pakken. Op internationaal niveau zijn er de UN Guiding Principles on Business and Human Rights en de Due Diligence Guidance for Responsible Business Conduct van OESO. Daarnaast zijn er nationale actieplannen (NAP’s), waarvan er wereldwijd al bijna 30 gemaakt zijn. Dr. Huyse ziet zowel positieve als negatieve aspecten aan het Belgische Actieplan. “We scoren sterk op het vlak van sensibilisering, internationale overeenkomsten, duurzame overheidsopdrachten en handelsmissies,” zegt de onderzoeker van HIVA-KULeuven. “Maar we zien weinig bindende of structurele maatregelen, weinig duidelijke targets en middelen. Een NAP mag niet zomaar een waslijst worden van bestaande initiatieven. Het mag wel wat ambitieuzer.”

De convenanten van Nederland

In Nederland wordt intussen al per sector samengewerkt in IMVO-convenanten. “Bedrijven, overheid, vakbonden en maatschappelijke organisaties gaan binnen zo’n convenant samen aan de slag om misstanden zoals uitbuiting, dierenleed of milieuschade te voorkomen,” legt programmadirecteur Alexandra van Selm uit. “In veel sectoren kwamen deze vraagstukken voor het eerst aan bod. Wij hebben met de convenanten een grote stimulans kunnen geven aan belangrijke discussies.”

Er zijn al convenanten afgesloten voor kleding en textiel, banken, verzekeringen, goud, duurzaam bosbeheer, voedingsmiddelen en plantaardige eiwitten. Vijf andere zijn nog in ontwikkeling. “Deelnemen aan het convenant is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Alle partners engageren zich om cruciale stappen te zetten en bindende afspraken te maken. Binnen een convenant is ook ruimte voor KMO’s. Zij hebben zelf niet altijd de capaciteit om een veranderingsproces op gang te trekken, maar met een groep is het wel mogelijk om samen naar oplossingen te zoeken.”

Experimenten met blockchain

In Nederland gebruikt de goudsector blockchain om de ‘Gold Challenge 2030’ te behalen, een garantie voor 100 % duurzaam geproduceerd goud. Bij Albert Heijn kunnen consumenten straks via de QR-code op een fles sinaasappelsap de volledige route van de sinaasappels volgen, van het veld tot aan het winkelmandje. Ook in de palmoliesector wordt een project opgezet rond de herkomst van de grondstoffen en contracten met leveranciers via blockchain. “De technologie staat nog maar in de kinderschoenen, maar de mogelijkheden zijn eindeloos,” sluit Alexandra van Selm af.

De keynote speaker op deze conferentie was de Canadees Louis Roy, oprichter van Optel, een bedrijf dat gespecialiseerd is in systemen voor inspectie en traceerbaarheid. Zijn verhaal lees je hier.

De conferentie sloot af met een paneldebat waarin dr. Huyse en Louis Roy in debat gingen met de volgende 4 sprekers:

  • Vincent Siau, Managing Director van werkkledingspecialist Alsico, over hoe zij voor hun kleding in Infinity-stof in detail kunnen tonen waar ze geproduceerd wordt en waar de grondstoffen vandaan komen door de QR-code van de stof te scannen..

  • Anke Massart,  Business Development Manager Sustainability voor de EMEA-regio bij Barry Callebaut, over de inspanningen binnen Forever Chocolate op het vlak van kinderarbeid en ontbossing en de lancering van Katchile, een mobiele app die gebruikt wordt om cacaoproducenten op te volgen.

  • Guy Ethier, Senior Vice President Supply Chain Sustainability bij Umicore, over de Global Battery Alliance, de investering van ruim 1 miljard euro in circulaire processen en de historische link en verantwoordelijkheid van het bedrijf tegenover Congo.

  • Sara Ceustermans, coördinator van de Schone Kleren Campagne, over de druk die ze op retailers proberen te leggen, de rol van de consument en de nood aan strengere wetgeving.