Subsidie aan de zuivelsector in Malawi, 2010

Tijdsduur: 2010-2013

Budget: 500.000

Via dit project wil Vlaanderen de zuivelsector in het centrum en in het noorden van Malawi versterken.

Duur en budget

Op de begroting van 2010 werd 500.000 euro uitgetrokken voor de “Malawi Milk Producers Association”. Het project loopt normaal gezien af in 2013.

Probleemstelling

De Malawische melkproductie kent een langzame groei. Tussen 1980 en 2002 is het verbruik van melk met 40% gestegen. De bevolkingsgroei en de doorgedreven voedselzekerheidscampagnes die grote waarde aan melkverbruik hechten, zijn hiervan de oorzaak. Helaas is de vraag groter dan het aanbod. Er zijn in Malawi maar 6.000 boeren met melkvee en ze hebben allemaal een laag rendement. Om de productie te verhogen, zijn er te weinig investeringen en de runderen krijgen weinig geconcentreerde voeding. Hierdoor voert Malawi almaar meer melkpoeder in.

De meeste kleine melkveeboeren bevinden zich rond de drie grote steden in Malawi, namelijk Blantyre (zuiden), Lilongwe (centrum) en Mzuzu (noorden). Op lokaal vlak zijn de boeren georganiseerd in verenigingen die melkbulkgroepen genoemd worden. Deze groeperingen hebben een koelcenter waar boeren uit de omgeving naartoe komen om de melk koel te houden. Malawi telt zo’n 80 melkbulkgroepen.

De melkbulkgroepen zijn op hun beurt georganiseerd in regionale melkproducerende verenigingen:

  • in het zuiden: SHIMPA (“Shire Highlands Milk Producers Association”)
  • in het centrum: CREMPA (“Central Region Milk Producers Association”)
  • in het noorden: MDFA (“Mpoto Dairy Farmers Association”)

Op nationaal niveau opereren ze als de “Malawi Milk Producers Association”. SHIMPA slaagde erin om zich, dankzij eigen inkomsten, te handhaven. Dit succesvoorbeeld wil Vlaanderen via het huidige project overbrengen op de andere verenigingen.

Uitwerking

Via dit project wil Vlaanderen de zuivelsector in het centrum en in het noorden van Malawi versterken. Het project werkt gedurende 4 jaar op de volgende resultaatsgebieden:

  1. Capaciteitsopbouw en training van de boeren en de melkbulkgroepen: Dit resultaatsgebied mikt op de directe link van de boeren met de melkbulkgroepen. De bedoeling is om de lage melkproductie te verhogen door middel van training. Nieuwe en bestaande boeren zullen getraind worden in marketing, hygiëne en kwaliteitscontrole.
  2. Versterken van de capaciteit van de verenigingen: Het personeel van de verenigingen krijgt training in management en duurzaamheid. Dit houdt ondermeer algemeen en financieel management in, het leren leiden van coöperatieven en marketing.
  3. Verbeteren van de technische dienstverlening: Een belangrijke taak van de verenigingen is de dienstverlening naar hun leden over welzijn van de dieren, voeding, artificiële inseminatie en schuurconstructie. Via het gezamenlijk aankopen van zaden zorgt de regionale vereniging ervoor dat de boeren minder moeten betalen dan wanneer ze elk individueel hun aankopen zouden doen. Dankzij deze dienstverlening zullen er meer leden toetreden en stappen boeren over van informele zuivelproductie naar de formele sector.
  4. Verhogen van het aantal runderen: Via trainingen en het op punt stellen van het registratiesysteem wil men het aantal runderen in de formele sector opdrijven.

Partner

  • CREMPA, MDFA en MMPA
  • Katete Farm
  • Volunteer Service Overseas (VSO)