Overbrenging van civiele vuurwapens (en andere strategische goederen) binnen de Benelux: Geen Vlaamse vergunning nodig

In het licht van de recente aandacht voor de controle op overbrenging van vuurwapens, onderdelen en munitie vanuit Nederland en Luxemburg wenst de dienst Controle Strategische Goederen de huidige stand van de Vlaamse regelgeving op dit vlak toe te lichten, net als de daaraan verbonden verplichtingen.

De dienst Controle Strategische Goederen verwijst daarbij naar artikel 3, paragraaf 4, eerste lid, van het Wapenhandeldecreet, dat als volgt luidt: 

“De overbrenging, vermeld in paragraaf 2 en 3, vanuit en naar het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg is vrijgesteld van vergunning.”

Voor alle duidelijkheid, de vermelde paragrafen 2 en 3 regelen de verplichtingen voor enerzijds defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal en ordehandhavingsmateriaal (paragraaf 2) en  anderzijds civiele vuurwapens, onderdelen en munitie (paragraaf 3).

Het Vlaamse Wapenhandeldecreet voorziet deze “Benelux-vrijstelling” momenteel in verwijzing naar de geldende Benelux-regelgeving omtrent het vrij verkeer van goederen. De dienst Controle Strategische Goederen is er uiteraard toe gehouden om deze vrijstelling tot nader order toe te passen.

De vrijstelling van vergunningsplicht in artikel 3, paragraaf 4, eerste lid, van het Wapenhandeldecreet betekent in de praktijk dat voor de overbrenging van een vuurwapen, onderdelen en/of munitie naar het Vlaamse Gewest geen voorafgaande toestemming van de dienst Controle Strategische Goederen nodig is, in het jargon ook wel eens een 11/4-document genoemd, naar de corresponderende bepaling in EU-richtlijn 91/477.  De vrijstelling betekent verder dat de bevoegde Nederlandse en Luxemburgse autoriteiten zelf vergunningen voor overbrenging  naar het Vlaamse Gewest, in het jargon ook wel eens een 11/2-documenten of consenten genoemd, kunnen toestaan zonder die voorafgaande Vlaamse toestemming. 

De dienst Controle Strategische Goederen wijst er wel met klem op dat deze vrijstelling enkel geldt voor het aspect van de overbrenging en niet voor het aspect van het verwerven en het voorhanden hebben. Een ingezetene van het Vlaamse Gewest die een wapen in Nederland of Luxemburg wil verwerven moet natuurlijk nog altijd beschikken over de noodzakelijke titel om dat wapen te kunnen verwerven en het in België voorhanden te hebben. Dat moet ook aangetoond kunnen worden. De controle op het verwerven en voorhanden hebben van wapens is weliswaar een federale bevoegdheid, geregeld in de Wapenwet van 8 juni 2006. Vragen daaromtrent moeten dus gericht worden aan de provinciale wapendiensten (https://justitie.belgium.be/nl/themas_en_dossiers/veiligheid_en_criminaliteit/wapens/contact) of de Federale Wapendienst van de FOD Justitie (https://justitie.belgium.be/nl/contact/adr_contact_fod_justitie_-_federale_wapendienst). 

Voor vragen over overbrenging, in-uit- en doorvoer van, onder meer, civiele vuurwapens en defensiegerelateerde producten is de dienst Controle Strategische Goederen uiteraard beschikbaar. Zie daarvoor de contactpagina op de website van de dienst: https://www.fdfa.be/nl/contact