Brexit - mogelijke veranderingen voor strategische goederen

15 april 2019 - Op 10 april aanvaardden de EU27 het uitstel van de Brexit-deadline dat door premier May werd aangevraagd. De Brexit-deadline werd daardoor uitgesteld tot uiterlijk 31 oktober. Er liggen nu verschillende opties voor, waaronder de goedkeuring van het door May onderhandelde Terugtrekkingsakkoord, een afstel van de Brexit (eventueel na een tweede Brexit-referendum) of heronderhandeling over een andere deal. Als geen van deze opties wordt gevolgd, blijft een “hard brexit” op 1 november mogelijk. In dat geval zullen de hieronder beschreven maatregelen in werking treden.

Als het door May onderhandelde Terugtrekkingsakkoord wordt goedgekeurd, zal een overgangsperiode tot 31 december 2020 ingaan waarbij het Verenigd Koninkrijk verder als een EU-lidstaat wordt behandeld. In dat geval blijven de regels ongewijzigd tot 31 december 2020 en blijft het huidige regime geldig.

Op 19 maart 2019 stemde de Raad van Ministers in met de aanpassing van de dual-useverordening voorgesteld door de Europese Commissie. Een persbericht vindt u hier en meer informatie is beschikbaar onder het titeltje “dual use” onder de hoofding “uitvoer”.

Voor informatie over andere aspecten en gevolgen van brexit verwijzen wij naar de website van Flanders Investment & Trade (voornamelijk de sectie Hoe voorbereiden op de brexit?) en de algemene website van het Departement Buitenlandse Zaken over de brexit. 
 

UITVOER

Militaire goederen en vuurwapens

Wat betreft de uitvoer van militaire goederen, zouden Vlaamse bedrijven geen gebruik meer kunnen maken van de flexibele vergunningsregimes uit EU-Richtlijn 2009/43, zoals omgezet in het Wapenhandeldecreet (artikels 13-20). Dit houdt voornamelijk in dat voor uitvoer naar het VK niet langer gebruik gemaakt kan worden van algemene of globale vergunningen. Deze vergunningsregimes worden immer enkel voorzien voor overbrenging van en naar andere EU-lidstaten. Uitvoer naar het VK zal dus enkel nog kunnen plaatsvinden op basis van individuele en/of gecombineerde vergunningen. De geldigheid van afgeleverde globale en algemene vergunningen zou dus vervallen op 31 oktober 2019 om 23u59. Individuele overbrengingsvergunningen afgeleverd voor deze datum blijven echter wel geldig als individuele uitvoervergunning. Hiervoor werden de nodige afspraken gemaakt met de Belgische douane. 

Wat betreft uitvoer van civiele vuurwapens, zouden Vlaamse bedrijven en individuen niet langer gebruik kunnen maken van de flexibele regimes uit EU-Richtlijn 91/477 (zoals omgezet in artikels 34-37 van het Wapenhandeldecreet), maar zouden voor hen de regels van verordening 258/2012 (zoals omgezet in artikels 38-42 van het Wapenhandeldecreet) van toepassing zijn. Dit heeft, ten eerste, belangrijke gevolgen voor erkende wapenhandelaars. Op dit moment kunnen zij een “open vergunning” krijgen om mits een eenvoudige kennisgeving wapens definitief over te brengen naar collega-wapenhandelaars in het VK. Dit regime vervalt bij een eventuele hard brexit. Als het VK een derde land wordt, moet voor elke definitieve uitvoer een individuele vergunning worden aangevraagd. 

Daarnaast zouden ook jagers en sportschutters een impact ondervinden. Voor jacht- en schietsportactiviteiten binnen de EU is het voldoende om de zogenaamde Europese Vuurwapenpas (en een bewijs van de activiteit) op zak te hebben. Voor dergelijke activiteiten buiten de EU bestaat echter een kennisgevingsplicht (cfr. artikel 39 van het Wapenhandeldecreet). Voor tijdelijke uitvoer in het kader van jacht- of schietsportactiviteiten zal dus, in het geval van een hard brexit op 31 oktober 2019, een kennisgeving vereist zijn. 

Voor andere tijdelijke activiteiten (zoals demonstratie en expositie of onderhoud en herstel) geldt altijd een kennisgevingsplicht zowel binnen als buiten de EU.

Levering van militaire goederen aan defensiebedrijven

Vlaamse bedrijven zullen voor hun leveringen van militair materieel aan defensiebedrijven in het VK niet langer gebruik kunnen maken van een aantal flexibele vergunningsregimes zoals opgenomen in de Richtlijn 2009/43/EG. Brexit impliceert ook dat het VK niet meer gebonden is aan de verplichtingen uit het EU Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB. Het intra-Europese regime zal dan niet langer van toepassing zijn.

Dual use

Uitvoer van dual-use goederen naar andere EU-lidstaten is vrijgesteld van vergunning, met uitzondering van de goederen op bijlage IV van Verordening 428/2009. Onder het huidige regime moet dus enkel voor de uitvoer van bijlage-IV-goederen een vergunning worden aangevraagd. Dit verandert bij een hard brexit. Als het VK op 31 oktober uit de EU treedt zonder akkoord, zal voor de uitvoer van alle dual-use goederen op bijlage I van Verordening 428/2009 een vergunning moeten worden aangevraagd. 

De Europese Commissie voorziet in het kader van een pakket noodmaatregelen voor een hard brexit in een maatregel die de bijkomende last voor bedrijven en administratie tot een minimum moet beperken. Het voorstel van de Europese Commissie voorziet dat het VK wordt toegevoegd aan de lijst van landen waarvoor de Europese uniale algemene uitvoervergunning EU001 geldt. Het gaat om een lijst van landen die door de EU worden beschouwd als bevriend en ongevoelig, zoals de Verenigde Staten en Canada. De voorgestelde tekst en de procedurele stappen kunnen worden geraadpleegd en opgevolgd via de officiële website voor wetgeving van de Europese Unie, EUR-Lex. Volgens de laatste berichten van de Europese Commissie zou de wetgevende procedure tijdig (d.i. voor 31 oktober 2019) moeten worden afgerond. 

Bedrijven die reeds geregistreerd zijn voor het gebruik van de uniale vergunning EU001, dienen geen bijkomende stappen te ondernemen. De dienst Controle Strategische Goederen bezorgt deze bedrijven een nieuwe versie van hun registratie voor de uniale vergunning EU001 met toevoeging het VK in de titel. Bedrijven die nog niet geregistreerd zijn voor het gebruik van de uniale vergunning EU001, vinden hier meer informatie over hoe te registreren. Het gebruik van uniale vergunningen is verbonden aan enkele voorwaarden en verplichtingen, waarvan de belangrijkste de jaarlijkse rapportering over het gebruik van deze vergunning is. Bedrijven die gebruik willen maken van de uniale algemene vergunningen, dienen op de hoogte te zijn van deze voorwaarden en verplichtingen. 

Het gebruik van individuele of globale vergunningen voor uitvoer van dual-use goederen naar het VK is ook mogelijk. De dCSG raadt het gebruik van individuele vergunningen enkel aan voor eenmalige transacties. 

Wat de geldigheid van vóór 31 oktober afgeleverde vergunningen betreft: vergunningen afgeleverd door het VK voor 31 oktober zullen in geval van een hard brexit niet langer geldig zijn als EU-vergunningen voor de uitvoer van EU-dual-use producten. Dit werd bevestigd door de Europese Commissie in een nota van 25 januari 2018. De beslissing of vergunningen voor de overbrenging van bijlage-IV-goederen naar het VK afgeleverd door de EU-lidstaten geldig blijven na 31 oktober 2019 heeft de Europese Commissie overgelaten aan de nationale autoriteiten. De Vlaamse overheid heeft besloten deze vergunningen verder als geldig te beschouwen en heeft de Belgische douane hiervan op de hoogte gebracht. Op heden is het echter onduidelijk welke positie de andere EU-lidstaten hieromtrent zullen innemen. Het is dus mogelijk dat bijlage-IV-goederen niet op basis van een overbrengingsvergunning afgeleverd voor 31 oktober 2019 kunnen worden uitgevoerd via andere lidstaten. De uitvoer vanuit België op basis van deze vergunningen blijft echter mogelijk. 

INVOER

Militaire goederen en vuurwapens

De controle op de invoer van militaire goederen naar het Vlaams Gewest is beperkt tot bepaalde goederen. Het regime voor invoer vanuit derde landen en overbrenging vanuit EU-lidstaten naar het Vlaams Gewest is hetzelfde. Hier treden dus geen veranderingen op in het geval van een hard brexit. 

Voor invoer van civiele vuurwapens gelden dezelfde vergunningsverplichtingen en -voorwaarden voor zowel binnen als buiten de EU. Vóór 31 oktober afgeleverde vergunningen en andere documenten (zoals de overbrengingsvergunning voor civiele vuurwapens gekend als “11/4”) blijven geldig na een eventuele hard brexit. 

Dual use

Wat betreft het Vlaams Gewest is de invoer van dual-use goederen niet vergunningsplichtig. Uiteraard is het waarschijnlijk dat Britse uitvoervergunningen moeten worden aangevraagd. Voor meer informatie hierover worden bedrijven echter verwijzen naar de bevoegde VK-diensten en hun website. 

DOORVOER

Militaire goederen en vuurwapens

De doorvoer van militaire goederen en civiele vuurwapens met als eindbestemming het VK is momenteel vrijgesteld van doorvoervergunning op basis van de flexibele regimes voorzien in Richtlijn 2009/43 en Richtlijn 91/477. Dit flexibele regime vervalt normaal bij een hard brexit. Bij een hard brexit zonder overgangsmaatregel zou doorvoer naar het VK dus in principe vergunningsplichtig worden.

De Vlaamse Minister-President acht het echter weinig opportuun om doorvoer met als eindbestemming het VK te onderwerpen aan vergunningsplicht. Dit is des te meer het geval daar doorvoer naar bepaalde landen die lidstaat zijn van de NAVO en/of van het Wassenaar Arrangement ook reeds werden vrijgesteld van de doorvoervergunning. Om die reden werd beslist van het VK toe te voegen aan de lijst van zogenaamde “bevriende en ongevoelige” landen waarvoor geen doorvoervergunning vereist is. Deze toevoeging zal gebeuren op basis van een ministerieel besluit waardoor doorvoer naar het VK vrijgesteld zal zijn voor vergunning. Dit zou zowel gelden voor civiele vuurwapens als voor militaire goederen. 

Doorvoer van civiele vuurwapens vanuit het VK door België naar een derde land zal echter wel vergunningsplichtig worden in geval van een hard brexit.
 

Dual use

De doorvoer van dual use goederen wordt slechts in beperkte gevallen onderworpen aan vergunningsplicht. Het betreft vermoedens van de doorvoerder of de dCSG dat de goederen zullen worden aangewend voor een eindgebruik dat ingaat tegen bestaande sancties of voor proliferatiedoeleinden. 

In principe wordt het, in geval van een hard brexit, ook mogelijk om doorvoer naar het VK onder vergunning te plaatsen als dergelijke vermoedens bestaan. De kans dat dit zich voordoet, beschouwt de dCSG als weinig waarschijnlijk.
 

DOORLOOPTIJDEN EN DELEGATIE

In geval van een hard brexit wordt ook voorzien in een aanpassing van het ministerieel delegatiebesluit voor de afhandeling van vergunningsaanvragen. Onder het huidige regime ligt de bevoegdheid om te beslissen over vergunningsaanvragen met eindgebruik in EU-lidstaten bij de leidend ambtenaar (de secretaris-generaal) van het Departement Buitenlandse Zaken. De secretaris-generaal heeft deze bevoegdheid verder gedelegeerd aan het hoofd van de afdeling Mondiale Uitdagingen. 

Deze delegatie zou vervallen voor militaire goederen en civiele vuurwapens als het VK een derde land wordt. De Minister-President heeft echter beslist het delegatiebesluit aan te passen om de delegatie te behouden. Door deze beslissing wordt een ernstige toename van de doorlooptijden vermeden.