Verplichtingen in het kader van de controle op het eindgebruik

De controle op het eindgebruik van zowel defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal en ordehandhavingsmateriaal als van civiele vuurwapens, onderdelen en munitie gebeurt via vier verplichtingen:

Verplichting tot mededeling van alle informatie over de eindgebruiker en het eindgebruik van de goederen in kwestie

Absolute verplichting

Bij een aanvraag van een vergunning heeft de aanvrager de absolute plicht om alle informatie over de eindgebruiker en het eindgebruik van de goederen in kwestie aan de dienst Controle Strategische Goederen mee te delen. Dit geldt zowel bij de aanvraag van een globale of individuele vergunning voor de overbrenging van defensiegerelateerde producten naar andere lidstaten van de EU als bij de aanvraag van een individuele of gecombineerde vergunning voor de uit- of doorvoer van  defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen en munitie.

“tot op het moment van de beslissing over de vergunningsaanvraag”

Deze verplichting geldt tot op het moment van de beslissing over de vergunningsaanvraag, of, anders gezegd, tot op het moment van de toekenning of weigering van de vergunning. Dat betekent dus dat de verplichting voor de aanvrager niet ophoudt op het moment dat hij of zij zijn of haar aanvraag bij de dienst Controle Strategische Goederen indient.

Actieve verplichting

Het gaat om een actieve verplichting tot informatievergaring. Dat wil zeggen dat de aanvrager actief informatie over het eindgebruik bij de eindgebruiker moet opvragen en uit eigen beweging informatie over de eindgebruiker en het eindgebruik moet opzoeken.

Verplichte voorlegging van ‘een document dat de eindgebruiker en het eindgebruik vermeldt’

Absolute verplichting, maar…

Naast het meedelen van informatie over de eindgebruiker en het eindgebruik heeft de aanvrager van een vergunning ook de absolute verplichting om een document voor te leggen dat de eindgebruiker en het eindgebruik vermeldt. Enkel bij de aanvraag van een globale vergunning voor de overbrenging van defensiegerelateerde producten naar andere lidstaten van de EU is dit niet nodig, teneinde niet de flexibele aard van de globale vergunning in het kader van het regime van de Europese richtlijn 2009/43/EG over de intrauniale overbrenging  van defensiegerelateerde producten werd aan bovenstaande informatieverplichting geen verplichte voorlegging van een formeel document zoals een verklaring van de eindgebruiker verbonden.

Inhoud?

Het betreffende document moet zowel de gegevens van de eindgebruiker als gegevens over het eindgebruik bevatten. Dit betekent dat er een gedetailleerde beschrijving moet gegeven worden van het voorgenomen gebruik van de goederen door de eindgebruiker.

Keuze in type document, maar…

Qua  type document dat moet voorgelegd worden heeft de aanvrager de keuze. Dit mag zowel een (internationaal) invoercertificaat zijn, als een kopie van de invoervergunning van het land van bestemming als een  verklaring van de eindgebruiker,  zolang het zowel de gegevens van de eindgebruiker als gegevens over het eindgebruik bevat. De verwijzing naar de “relevante verplichtingen en verbintenissen van het Vlaams België” houdt wel rekening met de bepaalde verbintenissen om een uitvoervergunning voor een land pas toe te kennen na de voorlegging van een nationaal of internationaal invoercertificaat. Deze verplichtingen en verbintenissen doen echter geen afbreuk aan het basisprincipe. Als op basis van zo’n verplichting of verbintenis een invoercertificaat moet voorgelegd worden, maar dit certificaat geen beschrijving geeft van het voorgenomen eindgebruik, dan moet een aanvullende verklaring van de eindgebruiker voorgelegd worden.

Over wat een invoercertificaat en een verklaring van de eindgebruiker specifiek inhouden en in welke gevallen verplicht een invoercertificaat moet voorgelegd worden vindt u in de sectie “Bijkomende documenten bij een vergunningsaanvraag” .

Mogelijkheid of verplichting tot extra garanties voor het eindgebruik

Mogelijkheid van garanties

Ongeacht de aard van de goederen of van de vergunning die wordt aangevraagd kan  de dienst Controle Strategische Goederen de toekenning van een vergunning afhankelijk stellen van  extra garanties voor het eindgebruik. Dit zal telkens het geval zijn als op basis van de aangeleverde informatie de voorgenomen transactie mogelijk problematisch blijkt, maar het mogelijke probleem door dergelijke garanties kan geremedieerd worden.

Mogelijke garanties

Twee courante instrumenten zijn de “verificatie van de eindgebruiker” en “relevante verbintenissen van de bestemmeling of de eindgebruiker”.

Met de “verificatie van de eindgebruiker” wordt ondermeer een onderzoek naar het bestaan en de activiteit van de eindgebruiker door Vlaamse (of Belgische) vertegenwoordiging ter plekke bedoeld.

“Relevante verbintenissen van de bestemmeling of eindgebruiker” kunnen bijvoorbeeld een consensuele beperking van het eindgebruik inhouden, de toelating van de eindgebruiker tot een fysieke controle van de goederen na de invoer, of ook de zogenaamde “(weder)uitvoerverbintenis”.

Met een “(weder)uitvoerverbintenis” wordt bedoeld de verbintenis van de eindgebruiker om bij de eventuele (verdere) uitvoer van de te ontvangen goederen de toestemming van de Vlaamse Regering te vragen. In principe wordt een dergelijke clausule opgenomen in de verklaring van de eindgebruiker over het eindgebruik van de goederen. Eventueel kan de Vlaamse aanvrager van de vergunning dergelijke clausule ook opnemen in de verkoopsovereenkomst met zijn klant. Daarmee legt hij de verantwoordelijkheid voor het naleven van de “(weder)uitvoerverbintenis” ontegensprekelijk bij de eindgebruiker.

Verplichte “(weder)uitvoerverbintenis” in twee gevallen

In twee gevallen zal geen uit-, doorvoer of overbrengingsvergunning toegekend worden zonder dat de aanvrager van de vergunning een “(weder)uitvoerverbintenis” van de eindgebruiker heeft voorgelegd.

Uit- of doorvoer of overbrenging van “gevoelige goederen”

Als u een vergunning aanvraagt voor de uit- of doorvoer of overbrenging naar een andere lidstaat van de EU van defensiegerelateerde producten die als “gevoelige goederen” beschouwd worden moet u bij uw aanvraag een verklaring van de eindgebruiker voegen waarin deze zich er toe verbindt om bij een eventuele (weder)uitvoer de toestemming van de Vlaamse Regering te vragen. Over welke defensiegerelateerde producten als “gevoelige goederen” beschouwd worden vindt u meer in de algemene sectie “Defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal en ordehandhavingsmateriaal” .

Bezorgdheid omtrent bestemmingswijziging of exportcontrolebeleid en -systeem

Als u een vergunning aanvraagt voor de uit- of doorvoer of overbrenging naar een andere lidstaat van de EU van andere defensiegerelateerde producten of van ander voor militair gebruik dienstig materiaal of ordehandhavingsmateriaal, dan moet de dienst Controle Strategische Goederen ook de voorlegging van een “(weder)uitvoerverbintenis” als hij van oordeel is dat “het eindgebruik of de eindgebruiker aanleiding tot bezorgdheid zou kunnen geven op het vlak van een ongewenste wijziging van doel of bestemming of een ongewenste (weder)uitvoer”. Bij uit- en doorvoer geldt dit eveneens als hij van oordeel is dat “het exportcontrolebeleid en de effectiviteit van het exportcontrolesysteem van het land van bestemming of het land van eindgebruik zou aanleiding tot bezorgdheid kunnen geven.

Uitzonderingen op verplichting

Op de verplichte voorlegging van een “(weder)uitvoerverbintenis” in de twee voormelde gevallen is een uitzondering voorzien voor landen waarvan kan aangenomen dat ze zelf een efficiënt  exportcontrolesysteem en landen die gelden als bondgenoten.

In die zin geldt de verplichting niet als het land van eindgebruik een lidstaat is van de Europese Unie of de NAVO of één van de volgende lidstaten van het internationale controleregime “Wassenaar Arrangement”: Argentinië, Australië, Japan, Mexico, Nieuw-Zeeland, Zuid-Korea, Zuid-Afrika en Zwitserland.

Opgelet! Het feit dat in deze gevallen de voormelde verplichting niet geldt, betekent niet dat geen “(weder)uitvoerverbintenis” kan geëist worden. De toekenning van een vergunning kan immers te allen tijde afhankelijk gesteld worden van extra garanties voor het eindgebruik, en dus ook van de voorlegging van een “(weder)uitvoerverbintenis”.

Informatieverplichting i.g.v. kennis over de wijziging van het doel of de bestemming of van de uitvoer van de goederen tijdens de looptijd van de vergunning

Verplichting

Als een persoon tijdens de geldigheidsduur van zijn of haar vergunning voor uit- of doorvoer of overbrenging naar een andere lidstaat van de EU informatie verkrijgt over de wijziging van doel of bestemming of van de (weder)uitvoer van goederen die door hem of haar op basis van die vergunning effectief werden uit- of doorgevoerd of overgebracht, moet hij of zij dit melden aan de dienst Controle Strategische Goederen

Deze verplichting geldt zowel bij  globale, gecombineerde als bij individuele vergunningen.

Geen actieve verplichting

In tegenstelling tot de plicht van een aanvrager van een vergunning om alle informatie over de eindgebruiker en het eindgebruik van de goederen mee te delen, is onderhavige verplichting geen actieve verplichting. Dit betekent dat u dus niet actief het verder gebruik of de verdere verhandeling van de betreffende goederen op te volgen hoeft. U hebt weliswaar de verplichting  om de informatie waarover u  beschikt of die u verkrijgt over te maken, maar niet om deze systematisch op te vragen of op te zoeken.